Het woord isolatie komt oorspronkelijk van het Latijnse woord insula. Het staat voor het afschermen van invloeden van buitenaf. Jezelf af- of beschermen tegen hitte en kou is zo oud als de mensheid zelf. Na de eerste ijstijd gingen mensen zich meer permanent vestigen, lees wonen, op plekken en werd het van levensbelang. Men maakte gebruik van natuurlijk beschikbare materialen. Dierenvellen, wol, veren, stro, riet, modder en klei. Veel (prehistorische) volkeren bouwden hun huizen onder de grond of gingen in grotten wonen. Deze woonvormen zorgden voor een vrij constante temperatuur waarbij de ingangen van bijvoorbeeld grotten werden afgesloten met dierenvellen om de hitte en kou buiten te houden.
- In het oude Egypte was de gemiddelde huismuur 45 cm dik om de hitte buiten te houden. Bij sommige paleizen kon dit oplopen tot 2,5 meter. Raam en deuropeningen werden voorzien van natte rietmatten. Niet alleen goed tegen stof, maar men wist dat verdamping een verkoelend effect had. Een vorm van airconditioning.
- De Grieken waren vroege isolatie specialisten: ze maakten in constructies gebruik van stilstaande lucht om het binnenklimaat te beheersen en zich zo te beschermen tegen de hitte. Muurconstructies met stilstaande lucht ertussen, verlaagde plafonds in dakconstructies, holle kleistenen. Ook werd er gebruik gemaakt van asbest vanwege de isolerende en brandwerende eigenschappen. Ook werden muren wit gekalkt.
- De Romeinenwaren de eersten met een soort van vloerverwarming (hypocaustsysteem). Om de temperatuur in de ruimte vast te houden werd de vloer opgebouwd uit een dikke laag puin, zand en kalkmortel. De buitenmuren werden aan de binnenzijde voorzien van een extra laag holle keramische tegels. Ook ontdekten de Romeinen dat kurk goede isolerende eigenschappen had. Men paste het onder andere toe als dakisolatie.
- De Vikingen en Scandinavische volkeren moesten zich niet tegen de hitte maar tegen de kou en ijzige tocht beschermen. Dit deed men door mud chinking. Letterlijk vertaald: kier opvulling met modder en mos, wol of klei. Muurdiktes varieerden afhankelijk van de gekozen constructie, vlechtwerk of boomstammen, tussen de 10 en 35 cm. In IJsland en Groenland had men weinig hout en deed men dit met graszoden en modder. Muurdiktes konden oplopen tot 2 meter braad. Ook de dakconstructies waren en zijn nog steeds bijzonder.
- Nederland: Tot de middeleeuwen bestonden de huizen voornamelijk uit hout. De binnenkant werd afgewerkt met een mengsel van leem, stro en koemest. Daken bestonden uit uit een laag riet of stro. Door de stadsbranden werden de regels voor het gebruik van deze materialen in steden aangepast. Rond de 17e eeuw werd baksteen verplicht en werden sporadisch spouwmuren gebruikt om vochtdoorslag te voorkomen. In het algemeen kun je zeggen dat huizen van voor 1920 geen spouwmuur hadden. Tussen 1930 en 1960 werden spouwmuren toegepast maar zelden met isolatie. Energie was goedkoop, maar met de energiecrisis rond 1973 kwam hier verandering in. Men begon met het matig isoleren van spouwmuren, daken en het toepassen van dubbel glas. Tussen 1980 en 1990 werd isolatie een onderdeel van de bouwvoorschriften en werd opgeschaald naar matige tot redelijke isolatie in constructies. Vanaf 1992 werden door het bouwbesluit minimale, goede, isolatiewaarden verplicht.
- Back to basic? tegenwoordig is de vraag naar "oude" natuurlijke isolatiematerialen weer actueel en worden deze steeds meer toegepast.
Pir (polyisocyanuraat) isolatie is een doorontwikkelde variant van Pur (polyurethaan) isolatie. Pur isolatie werd bij toeval in 1937 ontdekt door Otto Bayer. In de beginjaren voornamelijk toegepast in de vliegtuigbouw als coating en lijm. In de jaren '50 vervangt Pur de glaswol isolatie in koelkasten en vanaf 1979 begint het grootschalig gebruik van Pur als (gespoten) isolatie. In de jaren '70 wordt Pir al toegepast in de Amerikaanse industrie. Het is brandveiliger en heeft een betere isolatiewaarde. Door de strengere eisen m.b.t. brandveiligheid en isolatiewaarden voor huizen wordt Pir In de jaren '90 steeds vaker toegepast i.p.v. Pur isolatie. Vanaf het jaar 2000 is Pir niet meer weg te denken als dak-, vloer-, gevel- en spouwisolatie.
Pir dakisolatie is verkrijgbaar in diverse diktes, afmetingen en afschotpercentages. Ook zijn er diverse cacheerlagen en randafwerkingen verkrijgbaar. Omdat wij momenteel de merken Bauder en Recticel met als alternatief Unilin in ons assortiment hebben hieronder een tabel met de belangrijkste kenmerken:
| Kenmerk | Bauder FA-TE | FA | Recticel |
| Lambda waarde | 0,022 W/mK | 0,022 W/mK |
| Cacheerlaag | Zuiver Aluminium. FA-TE: glanzend | FA: mat | Alu-kraft: zilverkleurig/dof |
| Afemetingen | 1200x600 en 2400x1200 mm | 1200x600 mm |
| Randafwerking | Recht | trapsponning | Recht |
| Rekenwaarde sponning | 1185x585 en 2385x1185 mm | n.v.t. |
| Drukvastheid | groter/gelijk 150 kPa | groter/gelijk 150 kPa |
| Certificering | FM optioneel, Komo | FM en Komo |
Subsidie op isolatie is alleen mogelijk voor renovaties. Indien u voldoet aan de wet Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) komt u in aanmerking voor de investeringssubsidie duurzame energie en energiebepaling (ISDE). Door middel van meldcodes wordt de subsidie uitgekeerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De wettelijke bepalingen waaraan u moet voldoen:
- Nieuwbouw Rc-waarde wettelijk bepaald zonder subsidie:
6,3 m²K/W voor daken, 4,7 m²K/W voor gevels/spouwmuur en 3,7 m²K/W voor vloeren. - Ingrijpende renovaties Rc-waarde wettelijk bepaald zonder subsidie:
2,1 m²K/W voor daken, 1,4 m²K/W voor gevels en 2,6 m²K/W voor vloeren. - Voorwaarden Rd-waarde nieuwe isolatie voor subsidie bij renovaties:
alle nieuw aan te brengen isolatie moet een Rd-waarde van minimaal 3,5 m²K/W hebben, alleen voor spouwmuren geldt een minimale Rd-waarde van 1,1 m²K/W. - Benieuwd naar de Rc-waarde van Uw constructie? Ga dan naar de Rc-calculator.